KENNY GRADNEY

De twee passies van Little Feat's Kenny Gradney: muziek en golf

(Gepubliceerd in De Bassist # 06-2008)

De oudjes doen het nog best, zo was afgelopen juli weer te merken op het jaarlijkse Bospop festival in Weert. Naast toppers als Neil Young, Santana en ZZ Top stond daar (voor de tweede keer in een paar jaar) ook Little Feat voor een enthousiast publiek zijn repertoire van vrijwel uitsluitend klassiekers te spelen. Onze aandacht ging daarbij uiteraard uit naar bassist Kenny Gradney (Louisiana, 1950), die zoals altijd het publiek snel meekreeg met zijn brede lach en enthousiasme.


TEKST: HARRY PATER
FOTO: HENRY KNEGT


Kenny Gradney begroet ons enthousiast in de kleedkamer, backstage op Bospop. Hij bladert meteen deBassist #5 door en vraagt of hij die mag houden. Natuurlijk mag hij dat, als hij dan wel even al onze vragen wil beantwoorden.

Er is net een nieuwe plaat van jullie uitgekomen, Join The Band. Vertel…
‘Klopt, het is een bandgebeuren in samenwerking met Jimmy Buffett. We hebben een stuk of 24 tracks opgenomen, waarvan er veertien op de cd staan. Het zijn allemaal geweldige songs, voor een groot deel Little Feat classics, waarbij we heel veel gasten hebben uitgenodigd om ze in te zingen, al dan niet als duet. Zo doen Jimmy Buffett en Bill Payne Time Loves A Hero. Brooks & Dunn doen een prachtige versie van Willin’. Dave Matthews doet een fantastische uitvoering van Fat Man In The Bathtub en Lowell’s dochter Inara George zingt Trouble samen met Sonny Landreth. En verder doen mensen mee als Chris Robinson van the Black Crowes, Emmylou Harris, Bob Seger, Sam Bush en Vince Gill. Het is een lange lijst met geweldige muzikanten, ik kan ze niet eens allemaal opnoemen, zoveel zijn het er. In december 2004 zijn we ermee begonnen. Onze toetsenist Bill Payne liep al jaren met dit idee rond en hij vertelde het aan Jimmy Buffett. Deze wilde al langer iets samen met ons doen, want hij is een groot fan èn een goede vriend en dit leek hem een aardige gelegenheid. Hij vroeg ons om naar zijn studio in Key West, Florida, te komen. In twaalf dagen tijd namen we daar alle 24 tracks op en de rest van de tijd genoten we van de zon.’

En kwamen al die gastmuzikanten en -zangers toen ook allemaal langs?
‘Nee, dat lukte niet zo snel. Ze waren wel allemaal meteen enthousiast om mee te doen en sommige kwamen zelf met songsuggesties en anderen waren het meteen eens met de song die we voor hen geselecteerd hadden. Wij stuurden hen de tape met de songs toe, waarna zij hun partijen in hun eigen studio of die waar ze toevallig werkten inzongen of inspeelden. Daarom duurde het hele project ook zo lang, bijna drieëneenhalf jaar in totaal. Maar ja, zo gaat dat. Je moet niet alleen geluk hebben maar vooral ook geduld. Het is, voor alle duidelijkheid, ook geen tribute album. Op deze plaat hoor je vrienden die hun favoriete songs eren. Friends celebrating music, dat is het.’

Je werkt al die jaren samen met drummer Richie Hayward. Jullie zijn vast een geweldig tandem samen.
‘O ja, het is elke avond weer raak. En als het een keertje niet raak is dan schreeuw ik tegen hem ”Pick up that beat!” en dan gaat-ie echt wel loos!’

Hoewel ik geen bassist ben, heb ik toch een aantal basvragen voor je.
‘WAT? Wat? Wat bedoel je dat je geen bassist bent. Dat kan toch helemaal niet als je voor een blad werkt dat deBassist heet? Maar ik begrijp het wel, iedereen heeft zo zijn talenten. Een artikel schrijven is bijvoorbeeld helemaal niets voor mij.’

Vertel eens, waarom ben je basgitaar gaan spelen?
‘Al zolang ik me kan herinneren pakte ik al muziekinstrumenten, dus op heel jonge leeftijd. Ik kom uit een grote en muzikale familie, er was altijd muziek bij ons thuis. Mijn vader werkte in de muziekwereld, mijn broer zong in een doo-wop groep in de jaren ’50 en mijn andere en oudere broers zongen ook. Ik was altijd op zoek naar muziekinstrumenten. Ik speelde een beetje gitaar, maar eigenlijk speelde ik bas. Wist ik veel… mijn neef zag en hoorde dat en kwam toen met een basgitaar aanzetten. “Probeer dit eens, dit past vast veel beter bij jou”, zei hij. En hij had gelijk, het voelde meteen goed. Dit was wat ik altijd al had willen doen, maar ja, ik was dertien en de middelste van elf kinderen en we hadden niet genoeg geld om ook nog eens een basgitaar voor mij te kopen. Zijn broer was Al McKay en die speelde in Earth, Wind & Fire, met Ike & Tina Turner, Isaac Hayes en Sammy Davis Jr. Hij schreef een heleboel songs met Maurice [White van EW&F, red.], zoals Best Of My Love en hij produceerde ook veel platen. Wel gek eigenlijk, want haast iedereen waarmee ik opgroeide werd muzikant, terwijl we toch echt in een vrij arme buurt woonden. De Johnson Three Plus One werden de Brothers Johnson en The Rhythm Rebellion werd Rufus. Allemaal jongens waarmee ik opgroeide, bizar hè?’

En heb je lessen gevolgd?
‘O ja, ik heb les gehad. Niet toen ik pas begon overigens, want toen begon ik gewoon na te spelen wat ik op platen hoorde en bedacht er dan zelf dingen bij. Mijn neef leende me boeken en van daaruit studeerde ik. Daarna kreeg ik les op een muziekschool in Californië en toen bleek dat ik heel veel dingen al wist uit die boeken en het meespelen. Op een gegeven moment leerde mijn leraar mij dingen terwijl ik hem juist weer andere dingen leerde die hij nog niet kende, dus dat was een leuke samenwerking. Ik speelde trouwens al in Little Feat toen ik les nam, dus ik had al de nodig ervaring. Op mijn zestiende speelde ik overigens al bij Ike & Tina Turner, wat een heel goede leerschool voor me was. Op mijn negentiende kwam ik bij Delany & Bonnie en daarvoor had ik al mijn eigen band. Maar toen ik eenmaal bij hen zat en op tournee ging begon het voor mij pas echt goed. En toen ik hen verliet begon ik vrijwel meteen bij Little Feat. Ik werd gebeld of ik auditie wilde doen. Het klikte meteen en we werden al snel goede vrienden. We zijn erg close en muzikaal zitten we allemaal op dezelfde golflengte en daarom zijn we ook nog steeds bij elkaar.’

Wat is volgens jou de functie van de bas?
‘De bassist verbindt de melodie met het ritme. Hij speelt niet alleen met de drummer, hij handhaaft ook samen met de drummer het ritme en tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat de melodie gehandhaafd wordt samen met de rest van de band. Hij zet als het ware de fundering voor datgene wat ze gaan spelen. Dat is mijn interpretatie van wat een bassist doet. Het is een dubbelrol, ik speel het ritme van de song en speel de melodie samen met Paul [Barrere, gitarist, red.] of met Bill [Payne, toetsenist, red.]. Wat de bassist doet is heel belangrijk in elke band en bij elke muziekstijl. Het is echt niet wat veel mensen denken, namelijk dat de bassist maar wat doet. In de meeste muzieksoorten is het juist erg belangrijk wat de bassist doet, zoals in jazz, bigbands, funk en rockbands. Als je countrymuziek speelt is dat meestal gewoon D D D D A A A A, en dan zorg je gewoon dat je in de maat speelt, wat trouwens het allerbelangrijkste is. Maat en tempo. Je moet zorgen dat het tempo goed blijft en niet inzakt tijdens het spelen. Ik vind dat ook geweldig om te doen en zo nodig zorg ik ervoor dat het tempo omhoog gaat. Daarom werk ik ook zo graag met Richie Hayward samen. Het gebeurt maar heel zelden dat het bijna misgaat, maar dan is er altijd wel een van ons tweeën die de band dan weer op het juiste spoor brengt, en eerlijk gezegd ben ik bijna altijd degene die dat doet.’

Wat is volgend jou belangrijker: groove, ritme of melodie?
‘Ze zijn even belangrijk. Geen van hen is belangrijker dan de anderen. Je hebt ze allemaal nodig. Een goede groove is geweldig, maar als je een goede groove hebt maar geen goede melodie, dan weet je het wel, dan is het niks, ook al is het een mooi ritme.’

Hoe heb je al die jaren ‘on the road’ overleefd?
‘Lage inname van excessieve zaken als drank en drugs en mijn hoofd altijd recht hebben kunnen houden. En niet te vergeten de muziek. De muziek is het allerbelangrijkste om het zo lang vol te kunnen houden, zolang je daar maar plezier in hebt en er voldoende uitdagingen in ziet kun je net zolang doorgaan als je maar wilt en kunt. Er is nog altijd veel vraag naar ons, zowel als band als ook als individuele muzikanten. Wat dat betreft zijn we echt gezegend! Zoals ik al zei zijn we echt één hechte familie. En zolang de mensen onze muziek willen horen, niet alleen de oude klassiekers maar ook onze nieuwere songs, zolang blijft het voor ons ook interessant. En voor ons is het ook iedere keer weer een uitdaging als we weer nieuwe songs hebben gemaakt, hoe bevalt het ons om die samen te spelen en, ook erg belangrijk, wat vinden onze fans ervan. Een tijdje geleden deden we een concert van tweeënhalf uur, waarin we al onze bekende songs deden en een heleboel andere en iets minder bekende. En zo lang spelen doen we niet vaak, want we zijn inmiddels haast allemaal oldtimers. Na afloop riep een kerel uit het publiek “jullie hebben lang niet alle songs gespeeld!”. Al onze songs… dat zijn er zo’n 160, dan zouden we een week lang moeten spelen!’

Hoe hou je het basspelen interessant?
‘Heel simpel: speel samen met Richie Hayward en je verveelt je nooit! Hij speelt nooit twee keer hetzelfde als dat niet moet. Het spelen met deze lui houdt je vanzelf bezig, want iedere dag is het weer anders. Het is fantastisch om met Richie, Paul, Sam en de rest te spelen, ze zorgen ervoor dat je scherp blijft. Het blijft interessant om met hen samen te spelen. Bovendien ben ik zelf ook altijd wel ergens mee bezig om iets nieuws of anders te doen. Vooral als ik aan het oefenen ben of als we aan het repeteren zijn komen er vaak ideetjes boven borrelen en dan ga ik daarmee verder. Dus gewoon altijd met muziek bezig zijn. En als ik niet met muziek bezig ben dan kun je me op de golfbaan vinden, want dat is mijn andere passie. Dus muziek, golf, muziek, golf, enzovoorts. Ik heb nog veel meer interesses, maar dit zijn de belangrijkste. Muziek staat altijd bovenaan, maar golf zit daar vlak achter. Als ik maar een van de twee zou mogen doen, dan zou dat muziek zijn.’

Doe jij bepaalde oefeningen om jezelf in vorm te houden?
‘Lichamelijk bedoel je? Ik heb een zwarte band in kung fu en ik doe deze sport nog regelmatig en verder speel ik dus veel golf. Voor wat betreft het basspelen doe ik niet veel qua oefeningen. Normaliter doen we drie concerten achter elkaar en hebben we daarna drie dagen vrij. Tijdens soundchecks warm ik op en als we optreden krijgen mijn vingers voldoende beweging, dus ik hoef niet ook nog eens oefeningen te doen. Een enkele keer een beetje stretchen, dat is het wel. Bovendien heb ik ook nog eens een band met Paul, die The Bogey Five heet. Die bestaat uit [Paul] Barrere en ik en Scott Thurston van Tom Petty & the Heartbreakers en Tony Barnacle, de drummer van Jim Belushi’s TV-show die ondermeer bij Bonnie Raitt en Taj Mahal speelde, we zijn allemaal golfers en we doen mee aan golftoernooien en meestal spelen we voorafgaand of na afloop van zo’n toernooi. We spelen dan van alles wat, uiteraard songs van Little Feat, Tom Petty, Bonnie Raitt en songs uit de Blues Brothers films. Heel leuk ter afwisseling en het publiek gaat altijd uit zijn dak als we spelen en wij hebben veel plezier met z’n vieren. En soms wint een van ons zo’n toernooi en dan hebben we natuurlijk helemaal een fijne avond!’

Door wie ben jij eigenlijk muzikaal beïnvloed?
‘Mijn allergrootste muzikale invloed als bassist is zonder twijfel James Jamerson, de groove master van Motown. Hij is degene waardoor ik ben gaan bassen. Alles wat hij speelde op Motown heb ik ook geleerd. Zijn stijl, zijn sound, alles heb ik in het begin gekopieerd en van daaruit heb ik mijn eigen stijl en sound ontwikkeld. Ik ben hem nog elke dag dankbaar! Ik hou ook erg van Paul McCartney, hoewel ik niet zo gek op the Beatles was. Ik was meer een Stones en Zeppelin liefhebber en ook James Brown vond ik geweldig. Maar McCartney is ook van grote invloed op mij geweest, hij is een geweldig melodieuze bassist met heel veel gevoel en punch, hij weet elke noot te raken. Maar Jamerson is echt mijn superheld als het om bassisten gaat. Zoals hij speelt op bijvoorbeeld What’s Going On van Sam Cooke of op al die Stevie Wondersongs, echt fabelachtig!’


KENNY GRADNEY’S GEAR
’Live speel ik op een Kubicki Factor bass die speciaal voor mij gemaakt is in de customshop van Fender. Phil Kubicki bouwt al vanaf zijn achttiende gitaren voor Fender en als ik me niet vergis heeft hij er minstens eentje gebouwd voor Jimi Hendrix. Ik weet zeker dat hij de Rosewood Telecaster voor George Harrison gemaakt heeft. George gaf deze gitaar aan Delany Bramlett nadat deze samen met hem zijn eerste soloplaat gemaakt had. Delany verkocht ‘m vorig jaar op een veiling voor 450.000 dollar. Onvoorstelbaar hè? De Factor is een geweldig instrument, ik gebruik ‘m altijd bij live-optredens en ook vaak in de studio. Ik heb er overigens twee, de ander komt niet uit de custom shop van Fender, maar Phil heeft er wel aan gewerkt. In de studio gebruik ook vaak een ’62 Fender Precision. In de studio gaat het signaal altijd rechtstreeks de tafel in. Live gebruik ik een SWR versterker, die kapot is, ik heb ‘m opgeblazen, en daarom speel ik nu op een nieuwe Ampeg 1600W V4. Ik probeerde deze uit en ik viel steil achterover van het geweldige geluid van dat ding. Mijn geluidsman Howard wist er eentje voor me te krijgen en sindsdien speel ik hier op, echt geweldig! Helaas was deze Ampeg hier in Europa niet te krijgen en daarom speel ik op een andere SWR, die ook goed is maar toch niet zoals die van mij. Ik gebruik altijd Ernie Ball stainless steel snaren, die zijn altijd goed. Effectapparaten gebruik ik niet, de enige effecten die ik gebruik zijn mijn eigen vingers, ha ha ha!’


LITTLE FEAT
De band werd in 1969 opgericht door zanger-gitarist Lowell George en toetsenist Bil Payne. De muziek van de band is vanaf het prille begin een unieke mix van allerlei stijlen als country, jazz, funk, rock & roll, soul, boogie en folk. Het allereerste album Little Feat (1971) bevat de klassieker Willin’ (door velen gecoverd). De opvolger was Sailin’ Shoes (1972) met daarop het aanstekelijke titelnummer. Omdat het commerciële succes na de eerste twee langspeelplaten uitbleef werd de band in 1972 ontbonden, maar korte tijd later opnieuw opgericht, met ondermeer Kenny Gradney in de gelederen. In 1973 verscheen Dixie Chicken, een album dat een flinke scheut New Orleans liet horen en een succesvolle periode voor de band introduceerde. Op deze en daaropvolgende platen staan juweeltjes als Fat Man In The Bathtub, Oh Atlanta, Time Loves A Hero en Rock & Roll Doctor. Het live-dubbelalbum Waiting For Columbus wordt nog altijd beschouwd als een van de beste live-albums ooit.

In 1979 slaat het noodlot toe: Lowell George overlijdt aan een hartaanval terwijl hij op tournee is om zijn soloalbum Thanks, I’ll Eat It Here te promoten. De overgebleven bandleden besluiten daarop te stoppen. In 1986 komen ze weer bij elkaar, met Craig Fuller als nieuwe zanger. Hij wordt in 1993 vervangen door zangeres Shaun Murphy, die een nieuwe dimensie toevoegt aan de band.

Line-up:
Bill Payne: keyboards, zang
Paul Barrere: gitaren, zang
Sam Clayton: percussie, zang
Shaun Murphy: zang, tamboerijn
Fred Tackett: gitaar, mandoline, trompet, zang
Kenny Gradney: bas
Richie Hayward: drums, zang


Little Feat website
www.kubicki.com