JOHN FOGERTY (2009)

JOHN FOGERTY switcht makkelijk tussen country en rock & roll

(Gepubliceerd in Musicmaker #10-2009)


John Fogerty, de grote man achter het legendarische Creedence Clearwater Revival en componist-tekstschrijver van klassieke hits als Bad Moon Rising, Who’ll Stop The Rain, Rockin’ All Over The World en Proud Mary, is de afgelopen tien jaar actiever dan ooit tevoren. Ongeveer om de twee jaar brengt hij een nieuw soloalbum uit en sinds 2004 komt hij jaarlijks naar West-Europa om te touren.
Net na het uitkomen van deze Musicmaker ligt de live-dvd/2cd Comin’ Down The Road in de winkels, die vorig jaar in Londen werd opgenomen.
Half september ontving hij de Award voor Lifetime Achievement For A Songwriter van de Americana Music Association in Nashville, hèt mekka van de americana en country muziek. Ruim twee weken eerder verscheen zijn tweede country album in 36 jaar: The Blue Ridge Rangers Rides Again. Een album dat over het algemeen gunstig wordt ontvangen door de pers, al zijn niet al zijn fans blij met deze switch van de inmiddels 64-jarige rocker.

TEKST EN FOTO: HARRY PATER


Ik hoorde dat je in New York hebt opgetreden.
‘Dat klopt, we deden een concert bij de rivier. Op een dok, zou je kunnen zeggen. En dat was erg interessant. Het was met mijn vaste band plus een aantal extra muzikanten voor het Blue Ridge Rangers (BRR) album.’

Zullen we het eerst eens over dat album hebben. Ik heb het inmiddels heel wat keren gedraaid en eerlijk gezegd vind ik het een fijne plaat.
‘Dank je wel, dat vind ik ook!’

Uiteraard ken ik een aantal van de songs op het album, maar het merendeel was onbekend voor mij. Was je altijd al van plan om deze songs op te nemen, of… kortom: waarom heb je voor deze songs gekozen?
‘Het zijn allemaal songs die ik al heel lang ken. Ze waren geen geheim voor mij, zou ik kunnen zeggen. Ik koos de meeste songs zelf uit, hoewel mijn vrouw Julie me heel erg geholpen heeft op dit album, met een aantal van haar keuzes. Het ging uiteraard om songs die ik al kende, maar zij gaf me nieuwe redenen om deze songs te doen.’

Kun je daar wat voorbeelden van geven?
‘De eerste of in elk geval een van de eersten waar zij mee aankwam was When Will I Be Loved. Het was echt haar idee om dit nummer te doen en om het als duet met Bruce Springsteen te doen. Als iemand met zo’n voorstel komt zeg je al snel “OK honey”, maar of het er dan ook werkelijk van komt is natuurlijk een heel ander verhaal. Maar gelukkig liep het allemaal gesmeerd, Bruce wilde het graag doen, we namen het op, het was erg plezierig en ik ben zeer tevreden over het resultaat. Maar in dit geval moet ik zeker alle credits aan Julie geven omdat zij het allemaal geregeld heeft.’

Het eerste BRR album verscheen 36 jaar geleden. Wat deed je besluiten om nu pas deze plaat te maken?
‘Dit was ook Julie’s idee! Ik was erg druk bezig met de live-opnamen die we vorig jaar, in 2008, in de Royal Albert Hall in Londen maakten. Ik zat daar middenin toen zij ineens aan me vroeg: “Weet je nog dat BRR album, dat je ooit maakte, waarom doe je niet nog eens zoiets? Want dat was heel erg mooi.” Ik keek haar eens aan en ik dacht bij mezelf: wauw! Ik wist niet eens dat ze die plaat kende, want we hebben er volgens mij haast nooit over gepraat. Ik raakte meteen enthousiast en wilde meteen aan de slag met een nieuw BRR album, want zoals je ongetwijfeld kunt horen hou ik heel erg van deze soort muziek en het was dan ook geweldig om hiermee bezig te gaan en een plaat op te nemen.’

Vertel eens over het opnameproces van dit album.
‘De eerste BRR plaat nam ik helemaal in mijn eentje op, ik bespeelde alle instrumenten, zong alle partijen en produceerde de plaat. Ik was een echte one man band dus. Al die jaren geleden, kort nadat dat album uit was, beloofde ik mezelf dat ik als ik ooit weer eens een dergelijk album, met deze muziekstijl, zou maken, dat ik dan met echte en goede mensen wilde werken, met goede muzikanten die deze stijl goed beheersen. En dat is in feite wat er nu is gebeurd. Iedereen was op hetzelfde moment aanwezig in de studio en we namen deze songs min of meer live op.

Daarna zijn er wel wat overdubs gedaan. Zo zong ik mijn partijen opnieuw in omdat er teveel geluid in mijn vocaltracks zat, omdat immers iedereen tegelijkertijd speelde en mijn zangmicrofoon pikte dat ook op en dus was er teveel overspraak en deed ik de zang opnieuw toen iedereen weg was. Bovendien kun je je dan veel beter concentreren op het zingen. Ook liet ik de muzikanten die de fiddle en de steelguitar bespeelden terugkomen om ze hun partijen opnieuw in te laten spelen als ze dat wilden. Misschien waren ze niet tevreden over een of meer partijen of hadden ze betere ideeën voor een partij en dan konden ze dat doen. Met andere woorden, hoewel we de muziek live gespeeld en opgenomen hadden konden de solo-instrumenten overgedaan worden als ik of als men dat nodig vond. Uiteindelijk gebruikten we maar een klein beetje van de overdubs en het meeste wat je hoort zijn de live gespeelde partijen.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik alle muzikanten toestond, nee ik moedigde ze aan, om hun bijdrage aan de opname die ik probeerde te maken zo goed mogelijk te doen. Ik moedigde ze dus aan om hun invloed zo groot mogelijk te maken, vooral omdat het hier gaat om topmuzikanten in hun genre en op hun instrumenten. Ze konden echt op hun best opereren. Ik benadruk dit omdat het meestal zo gaat dat als mensen een plaat maken ze er pas over gaan nadenken als de muzikanten al weg zijn en dan is het meestal al te laat.’

Heb je veel met je muzikanten gerepeteerd voordat je de studio inging?
‘Nee, we deden dat voornamelijk in de studio. Ik liet de muzikanten de songs zien en in sommige gevallen de oude en vaak de originele versies horen en dan vertelde ik hoe ik ze wilde doen en of ik eventueel bepaalde dingen anders wilde doen. Daarna maakte ik een soort van kaart waarop vermeld werd wat ieder voor zich moest doen om te voorkomen dat het anders een chaos zou worden met zoveel muzikanten die tegelijkertijd spelen. Ik werkte dat uit terwijl de muzikanten erbij zaten en daarna speelden we het een paar keer zoals ik dat bedacht had. We zaten allemaal in een ruimte bij elkaar, een beetje zoals je dat wel kent uit de ouderwetse countrymuziek dat alle muzikanten samen op de veranda zitten te spelen, zoals dat vroeger ging. En als dan bleek dat de muziek geschikt was voor de desbetreffende song gingen we allemaal naar ons plekje achter de microfoon en begonnen we op te nemen.’

Toen bekend werd dat je met dit album bezig was werd de naam T Bone Burnett genoemd als co-producer. Maar ik zie zijn naam nergens staan… Wat is er gebeurd?
‘Hij heeft het uiteindelijk niet gedaan. Na een bepaald punt deed hij niet meer mee met het werken aan het album. Het is eigenlijk niet aan mij om hier iets over te zeggen omdat ik niet weet wat de redenen hiervoor zijn. In eerste instantie zou hij inderdaad meedoen maar op een gegeven moment veranderde hij van mening en dus ging ik alleen door en maakte de plaat af. Maar eigenlijk gebeurde het heel vroeg in het proces, hij had zijn eigen redenen en ik zou er niets over moeten zeggen omdat ik niet weet wat die redenen zijn.’

Op de bonus-dvd bij het album vertel je dat je het bijna niet durfde om Bruce Springsteen, Don Henley en Timothy B. Schmit van The Eagles te vragen. Dat begrijp ik niet helemaal.
‘Ja kijk, het gaat hier om prachtige artiesten, grote sterren en heel belangrijke muzikanten en volgens mij is het normaal dat je nerveus of zelfs een beetje bang bent, haha, om ze om een grote gunst te vragen. En je weet zeker dat het een geweldige opname zal worden als zij meedoen, maar ja… dat is mijn idee. Misschien denken zij er wel heel anders over of hebben ze het heel druk, begrijp je? Je wilt iemand eigenlijk liever niet lastig vallen, maar je vindt het idee zo goed dat je het op z’n minst moet proberen. En iedereen kan natuurlijk zowel ja als nee zeggen, zo simpel is het. Dus ja, ik moet toegeven dat ik niet zeker was wat het antwoord zou zijn, en ik was er zeker zenuwachtig over maar ze waren allemaal geweldig en deden hun uiterste best om er iets geweldigs van te maken voor deze plaat.’

OK, maar dan nog. Bruce Springsteen staat er om bekend een groot fan van je te zijn. Hij speelt heel vaak verschillende songs van je. Jullie zijn bevriend…
‘Het komt vooral doordat hij heel erg druk was in die periode. Het was eind januari of begin februari, in elk geval een week nadat hij bij de Superbowl had opgetreden. En hij trad ook op bij de inauguratie van Barack Obama, hij had net zijn tweede album binnen een jaar uitgebracht en hij stond op het punt om aan een wereldtournee te beginnen, dus ja… je kunt zeggen dat hij het heel druk had op dat moment en dus aarzelde ik om hem te benaderen. Maar gelukkig vond hij een gaatje om samen op te nemen in zijn studio en dat was geweldig.’

Dat Bob Clearmountain de mix deed en Bob Ludwig de mastering, beiden vooral ook bekend door hun werk met The Boss, heeft dat ook met Bruce te maken?
‘Nee, dit zijn twee zeer getalenteerde mensen en naar mijn mening zijn zij de besten ter wereld en daarom werkte ik met hen. Ik wil echt met de allerbeste mensen werken, vooral bij deze plaat. Daarom heb ik hen gevraagd om me te helpen.’

Jij speelt op het album vrijwel uitsluitend akoestische gitaar. Waarom is dat?
‘Omdat ik me vooral wilde concentreren op de kwaliteit van de muziek, de opname en de arrangementen wilde ik niet alle gitaarpartijen zelf doen. En een belangrijke reden is dat ik Buddy Miller op gitaar had. Buddy is een van de allergrootste Telecasterspelers uit Nashville en tijdens deze sessies merkte ik dat hij ook een geweldige en diepzinnige muzikant is, die vanuit zijn hart speelt, het is echt fantastisch hoe hij speelt. Dus op deze manier kon ik me concentreren op de akoestische gitaar, wat heel belangrijk is ook al zal dat niet meteen opvallen. Het is bijna even belangrijk als de drum, omdat het zo’n belangrijk deel van het ritme is in de uitvoering van de songs. Dit is wat ik ook graag op het eerste BRR album had gedaan. Waarschijnlijk is sowieso het eerste wat ik bespeel de akoestische gitaar. Ik kon me daarom ook volledig concentreren op het arrangement en het luisteren naar wat de andere muzikanten aan het doen waren. En ik kan het niet vaak genoeg zeggen: Buddy Miller is een geweldige gitarist!’

De meeste drumpartijen worden niet door je vaste drummer Kenny Aronoff gespeeld maar door Jay Bellerose. Waarom?
‘Jay Bellerose heeft een heel unieke benadering van het bespelen van de drums. In sommige gevallen klinkt het heel akoestisch wat hij doet. In veel gevallen gebruikt hij niet eens een hihat of een crash bekken en soms geen enkel bekken. Hij speelt voornamelijk op de kickdrum, de bassdrum en de snare en, heel grappig, hij draagt kleine ‘shakers’, die wel wat lijken op maracas maar dan kleiner. En hij draagt ze aan zijn voeten en aan zijn handen, waardoor je een soort shakersound krijgt maar het is haast onzichtbaar of onhoorbaar, het is een heel klein signaal maar het is een erg belangrijk onderdeel van wat hij doet. Het beste voorbeeld daarvan is de song Paradise, waarbij het in het begint lijkt alsof er bijna geen drummer is, maar ineens verschijnt hij en het is echt een verrassing als je naar dat nummer luistert. Paradise is een van mijn meest favoriete songs van het album, ik hou echt van dat nummer.’

Toen ik je twee jaar geleden sprak vertelde je dat je vond dat Déja Vu te veel country was en dat daarom Revival veel meer een rock & rollplaat was geworden. Nu toch een countryplaat. Wat betekent dit voor de volgende cd?
‘Je begrijpt natuurlijk dat ik altijd mijn mening kan herzien, maar zoals ik nu hier zit kan ik me voorstellen dat mijn volgende album weer meer rock & roll zal worden. In mijn hart zwalk ik heen en weer tussen deze twee werelden en ook een beetje richting de blueswereld. Ik heb nog nooit een traditionele bluesplaat gemaakt zoals Eric Clapton dat deed met From The Cradle, wat ik een geweldige plaat vond. Ik zwalk dus steeds heen en weer tussen al deze muziekstijlen. In Creedence Clearwater Revival zat heel wat country, vooral in mijn aanpak van de muziek van Creedence, maar in die tijd haalden de mensen dat er niet uit omdat het allemaal van één band was. Als ik denk aan songs als Lodi en Lookin’ Out My Backdoor, die waren toch behoorlijk country en zelfs Bad Moon Rising was dat. Maar het werd allemaal geaccepteerd als onderdeel van één rock & rollband.’

Je vrouw Julie wordt genoemd als executive producer van het album. Wat betekent dat in dit geval?
‘Allereerst omdat het maken en opnemen van deze plaat haar idee was, maar dat is natuurlijk niet genoeg om een producer credit te krijgen. Maar vanaf het begin dat er over de muziek werd nagedacht, zelfs nog voordat ik de songs begon te selecteren, hielp ze me heel veel met… hoe zal ik het zeggen… zij keek naar mijn lijst met songs en zei dan “oh, deze vind ik leuk, nog leuker dan die” en dergelijke. Dat komt vooral omdat ik een heleboel songs leuk vind en je toch niet alles kunt selecteren. Later kwam zij met suggesties als Garden Party en When Will I Be Loved, wat echt heel belangrijke songs waren voor het maken van dit album, hoe geweldig het ook is. En zij regelde ook allerlei details, zoals telefoontjes naar muzikanten en naar bedrijven en mensen die betrokken zijn bij het opnameproces, wat ik dus niet hoefde te doen. En zeker ook met alles wat te maken heeft met de verpakking van de cd, dus het artwork en de foto’s en de betrokken fotografen, zij zat daar bovenop. Ik hoefde me over al die zaken geen zorgen te maken en kon me volledig concentreren op de muziek. Kortom: de executive producer credit verdient ze volkomen bij dit album door alles wat ze gedaan heeft. Ze heeft mij ontzettend goed geholpen.’

In november ga je door de States touren met je Blue Ridge Rangers Band. Heb je ook plannen om hiermee naar Europa te komen?
‘Dat is wel onze bedoeling ja. Ik stel me voor dat dit zeker volgend jaar, 2010 dus, te doen, maar ik weet nog niet precies wanneer. Maar we praten wel over al die tournees op dit moment, maar we maken nog niets bekend tot alles rond is. Want we willen niet zaken bekend gaan maken die nog niet zeker zijn en dat we ze dan later moeten terugnemen, dat is niet handig. Zaken veranderen nog wel eens in de periode waarin er over gediscussieerd wordt, sommige locaties zijn ineens niet beschikbaar op een bepaalde dag bijvoorbeeld. Dus ik weet zeker dat we gaan touren, maar ik kan er nog niets specifieks over zeggen.’

Normaliter tour je in Noord-Amerika en Europa en soms in Australië. Maar hoe zit het met de rest van de wereld, zoals Zuid-Amerika, Japan en Zuid-Afrika?
‘Dat zou geweldig zijn, want dan zijn plekken waar ik nog niet of bijna niet geweest ben. Daarheen gaan zal net een iets grotere uitdaging zijn omdat ik niet bekend ben met die plaatsen, althans niet om er te touren en ik zou heel graag naar al die gebieden gaan en diep in mijn hart hoop ik ook dat we dat kunnen gaan doen. Want dit is een heel goede tijd voor mij in de muziek, want in de afgelopen paar jaar zijn heel veel dingen samen gekomen voor mij waardoor ik mijn muziek kan maken met mijn band, mijn show dus. En de mogelijkheid om te gaan touren vind ik heel plezierig en interessant en ja, ik wil graag de wijde wereld in om me aan de mensen te laten presenteren met wat ik doe en kan.’

Vorig jaar nam je het concert in de Royal Albert Hall in Londen op voor dvd en cd, de fans wachten er al heel lang op. Wanneer komen die uit?
‘Ik weet het niet precies, maar volgens mij heeft mijn vrouw me verteld dat dit voor het eind van dit jaar zal zijn, althans dat is de bedoeling. In elk geval zal het in de komende maanden zijn. Alles is klaar, al het werk is gedaan en het is klaar om uitgebracht te worden. Dus het komt zeker in een van de komende maanden uit.’

Is het overigens niet riskant om een rock & roll dvd en cd uit te brengen terwijl je net een paar maanden eerder een countryplaat hebt uitgebracht?
‘Dat is volgens mij helemaal geen probleem, je wilt natuurlijk niet een nieuw album uitbrengen net nadat je een ander album hebt gereleased, maar in dit geval gaat het toch om twee verschillende uitingen. Het Royal Albert Hall album is immers een live-plaat en dvd en, hoe zal ik het zeggen, die wordt toch anders ontvangen of beschouwd dan een studioplaat met countrymuziek. Zo’n live-album is toch meer een soort terugblik op je carrière, wat het Royal Albert Hall concert absoluut is. Kortom, als je bedoelt “nu speel je countrymuziek en nu weer rock & roll” dan kan ik alleen maar zeggen dat dit iets heel anders is en dat ik er bovendien geen enkel probleem mee heb om twee verschillende dingen op hetzelfde moment te doen, wat spelen betreft. Wat ik nu ga spelen tijdens de BRR tour zal voor een groot deel bestaan uit mijn andere songs, zeg maar de classics of de klassieke hits. Want deze en de country-achtige songs zijn beiden onderdeel van wie ik nu ben.’

En als je dan je classics speelt tijdens de komende tour, zijn die dan anders gearrangeerd of speel je ze zoals je ze altijd speelt?
‘Nou, als ik bijvoorbeeld Fortunate Son speel dan hoor je gewoon de rock & roll versie die je gewend bent, ik ga ze zeker niet veranderen zodat het net lijkt of er een countrygroep is die Fortunate Son speelt. Want de kern van mijn band is een rock & roll band van zeer getalenteerde mensen. Als we een BRR song spelen wisselen we in de meeste gevallen van instrumenten en bovendien spelen dan de violist en de pedal steel gitarist hun partijen, zodat het dan meteen anders klinkt. En als we dan daarna Fortunate Son spelen wisselen we weer van instrumenten. En dan spelen mijn geweldige drummer Kenny Aronoff, mijn bassist David Santos en gitarist Billy Burnette weer hun partijen als een rock & roll band. Dus wees gerust, ik ga echt Fortunate Son niet op banjo spelen, als je dat bedoelt, ha ha ha!’

Twee jaar geleden zei je erg blij te zijn met je terugkeer naar Fantasy Records. Nu zijn zowel de BRR cd als de RAH dvd en cd op Verve uitgebracht. Voor Nederland maakt dat niet uit, want beide labels zijn van Universal, maar wat is er gebeurd?
‘Fantasy was niet bereid om de RAH cd uit te brengen en te financieren. De dvd wilden ze wel hebben, maar ik wilde beide formaten uitbrengen, zodat de fans de muziek ook op de cd speler en in de auto kunnen draaien. Bovendien vond Fantasy dat de cd dan als het ware zou concurreren met de Long Road Home cd. We werden het niet eens en dus kwam ik bij Verve terecht. De relatie met het nieuwe Fantasy, want zo noem ik ze, is trouwens heel goed hoor. En laten we eerlijk zijn: dit hele label draait al sinds de jaren ’60 vooral door de gigantische verkoop van de Creedence catalogus.’

Vorige keer vertelde je uitgebreid over je jarenlange strijd met het oude Fantasy. In 2008 kwamen op een na alle CCR-albums in een geremasterde versie uit bij het nieuwe Fantasy. Was jij daar ook bij betrokken?
‘Voor een deel wel, ik heb een aantal van de zogenaamde bonustracks geselecteerd en dan met name de studiotracks. De live-opnamen die Fantasy selecteerde voegen naar mijn mening niets toe aan die al op de Live In Europe plaat staan. Wat ik wel vervelend vind is dat ze om de haverklap weer een nieuw verzamelalbum uitbrengen. Voor zover ik weet zijn er al vele tientallen compilatiealbums van Creedence uitgebracht, waar ik helemaal niet over geraadpleegd ben. Maar iedere keer als er weer zo’n plaat uitkomt blijkt die weer heel veel te verkopen. Je zou haast denken dat iedereen inmiddels wel een CCR verzamelaar in huis heeft, maar blijkbaar wordt iedere keer weer een nieuwe markt aangeboord.’

Over Creedence gesproken. Heb je inmiddels weer contact gehad met je oude bandmaatjes Stu Cook en Doug Clifford? En is er ooit nog eens een CCR reünie te verwachten?
‘Ik heb geen contact met deze mannen, na alles wat er gebeurd is heb ik daar geen enkele behoefte aan. Maar over een mogelijke reünie zeg ik niet meer resoluut nee. Vroeger deed ik dat wel, maar ik weet ook dat Don Henley ooit gezegd heeft dat de Eagles nooit meer bij elkaar zouden komen. En je weet wat daar van terechtgekomen is! Dus never say never, al zit ik er echt niet op te wachten.’

Vorige keer hadden we het over jullie Woodstock optreden en dat je er tegen was dat die opnamen werden uitgebracht. Op de pasgeleden uitgebrachte nieuwe dvd staan nu toch drie Creedence songs. Ben je van mening veranderd?
‘Je hebt gelijk. Ik beschouw het nu als historische opnamen, al ben ik nog steeds niet tevreden over de opnamen. Eerlijk gezegd wisten we niet eens dat het optreden werd gefilmd en opgenomen. We speelden middenin de nacht, uren later dan gepland, omdat het optreden van The Grateful Dead voor ons was uitgelopen. Wat op zich al een wonder is, want hun optredens duurden altijd al heel lang. En toen wij uiteindelijk konden beginnen lagen de meeste bezoekers te slapen. Achteraf heb ik natuurlijk wel spijt dat we geen toestemming gaven om een deel van de songs in de film en op het soundtrackalbum te zetten. Maar wisten wij veel dat Woodstock zo’n begrip en succes zou worden… zoals je misschien weet was het organisatorisch en financieel een enorme puinhoop en dat de film en soundtrack zo’n groot succes zou worden had volgens mij niemand verwacht.’

In de archieven van Fantasy liggen nog diverse CCR opnamen, zoals het complete concert in de Royal Albert Hall in 1970. Gaat daar nog iets mee gebeuren?
‘Voorlopig zeker niet, want het is niet echt duidelijk bij wie de rechten liggen. Fantasy beweert dat zij de rechten hebben, maar dat kunnen ze tot nu toe niet bewijzen. Volgens mij liggen de rechten bij de Creedence-leden en de nabestaanden van mijn broer Tom. Voorlopig heb ik het in elk geval veel te druk om me met dit soort kwesties bezig te houden, maar wie weet komt het er ooit van.’

Ooit maakte je het album Hoodoo, dat je kort voor de release terugtrok en liet vernietigen. Hoe zit dat nu echt?
‘Die plaat maakte ik in een slechte periode in mijn leven, toen ik in scheiding met mijn eerste vrouw lag en ik daarnaast middenin de problemen met Saul Saentz en het oude Fantasy zat. Dit had allemaal veel invloed op mij en op de songs die ik toen schreef en opnam. Zelf had ik het niet eens in de gaten dat die plaat ver beneden mijn eigen kwaliteitsstandaard was, maar gelukkig had mijn platenbaas bij Asylum dat wel door. Hij wist me er van te overtuigen om de plaat niet uit te brengen en eerst alle energie te steken in het oplossen van mijn persoonlijke problemen. Ik ben achteraf blij dat hij dit gedaan heeft.’

Hoe is je contact met je fans? Ik weet dat je twee jaar geleden besloot om Ramble Tamble bij je concerten te gaan spelen nadat fans er om gevraagd hadden op je website.
‘Sinds een paar maanden twitter ik veelvuldig, zodat de fans die dat ook doen weten waar ik op dat moment mee bezig ben. Mijn vrouw en zoon maken foto’s voor en tijdens concerten en zetten die dan op de website. Zelf houd ik me niet veel met de site bezig, daar heb ik het te druk voor. Julie is heel dicht betrokken bij de website en vertelt mij iedere keer als er iets bijzonders te melden is.’


JOHN’S GEAR
Gitaren:

1956 Custom shop Gibson Les Paul Gold Top met P90 pickups Reissue
2 Gibson Les Paul Customs
Ernie Ball Music Man met Floyd Rose 2 Axis Pacific Blue
Fender Telecaster
Gibson Les Paul Standard Honey burst
Kubicki Baseball Bat guitar
Paul Reed Smith Custom 22
Paul Reed Smith Custom guitar (Bridge Humbucker, single in het midden, en P90 in de nek)
Taylor Acoustics 810E en 510E

Snaren:
Ernie Ball strings, Fender Medium Picks
Schaller straplocks en Ernie Ball Straps

Effecten o.a.
Juice Goose Rack Power 320 Ground Loop Control system
2 Aphex Punch Factory Optical Compressors
Voodoo Lab Tremolo
Full tone Supa Tremolo
Line6 DL-4 Delay Moduler
3 Xotic Effects RC Booster

Versterkers:
Mesa Boogie Dual Rectifier naar Ampeg 2x15 Cabinet voor clean en comfort
MK100 Head met 4x12 Wizard Cabinet voor crunch en lead sound



John Fogerty website